ECLI:NL:GHAMS:2008:BD1990
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht en bewijs tegen notariële akte in tuinbouwbedrijfsovereenkomst
Appellant en geïntimeerde exploiteerden gezamenlijk een tuinbouwbedrijf via vennootschappen. Bij verkoop van een stuk grond werd een voorkeursrecht vastgelegd in een notariële transportakte, gebaseerd op een brief van een belastingadviseur. De notaris heeft echter de instructies omtrent het voorkeursrecht niet correct uitgevoerd en er was geen contact met partijen over de inhoud.
Na beëindiging van de vennootschap onder firma in 1992 heeft geïntimeerde het tuinbouwbedrijf overgenomen en het voorkeursrecht van appellant betwist. De rechtbank stond toe dat geïntimeerde tegenbewijs leverde tegen de inhoud van de transportakte en oordeelde dat dit bewijs slaagde, waarna de vorderingen van geïntimeerde werden toegewezen.
Het hof bevestigt dat het bewijs van geïntimeerde het bewijs van de notariële akte ontzenuwt. De grieven van appellant falen, waaronder het betwisten van de bewijsopdracht en de uitleg van het contract. Het hof wijst het hoger beroep af en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam.