ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2227
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.D.L. Nuis
- M. Gonggrijp-van Mourik
- P.J. Baauw
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer cocaïne met rolkoffer op Schiphol
Op 21 augustus 2007 werd verdachte aangehouden op Schiphol nadat hij een rolkoffer met ongeveer 13 kilo cocaïne had overgenomen van een mededader die eerder was aangehouden. De mededader werkte vrijwillig mee aan het opsporingsonderzoek onder voortdurende observatie en met toestemming van de officier van justitie. De overdracht van de rolkoffer vond plaats binnen een tijdsbestek van minder dan een uur.
De verdediging voerde aan dat de politie onrechtmatig had gehandeld en dat de verdachte geen invoerhandelingen kon verrichten omdat de cocaïne reeds in beslag was genomen. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het strafvorderlijk beslag niet verhinderde dat de verdachte medepleegde aan de invoer, aangezien hij de rolkoffer feitelijk onder zich had.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen opzettelijk de cocaïne binnen Nederland heeft gebracht, wat strafbaar is volgens de Opiumwet. Gelet op de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van cocaïnehandel en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde het hof een gevangenisstraf op van 45 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht.
Daarnaast verklaarde het hof bepaalde inbeslaggenomen goederen verbeurd die gebruikt waren bij het plegen van het strafbare feit. Het vonnis van de rechtbank Haarlem werd vernietigd en het hof deed zelf recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 45 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen invoer cocaïne.