ECLI:NL:PHR:2010:BK5593
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor invoer cocaïne ondanks verweer burgerpseudokoop en ontbreken opzet
Op 21 augustus 2007 werd verdachte aangehouden op Schiphol wegens het medeplegen van invoer van ongeveer 13 kilogram cocaïne. De drugs werden aangetroffen in een zwarte rolkoffer die door een medeverdachte aan verdachte moest worden overgedragen. De medeverdachte werkte vrijwillig mee aan de opsporing na zijn aanhouding, waarbij hij het reeds bestaande plan uitvoerde onder toezicht van de politie.
Verdachte voerde verweer dat hij dacht dat het om gestolen goederen ging en dat hij geen opzet had op invoer van cocaïne. Ook werd betoogd dat sprake was van een onrechtmatige burgerpseudokoop of -dienstverlening, omdat de medeverdachte als burger onder regie van justitie diensten verleende zonder schriftelijke toestemming zoals vereist in artikel 126ij Sv.
Het hof verwierp deze verweren. Het stelde vast dat de medeverdachte slechts het reeds bestaande plan uitvoerde en dat de opsporingsambtenaren geen inbreuk maakten op de beginselen van een behoorlijke procesorde. De toestemming van de officier van justitie was mondeling gegeven vanwege het spoedeisende belang en later schriftelijk vastgelegd. Het hof achtte het niet aannemelijk dat verdachte geen opzet had, gelet op zijn verklaring dat hij 9 à 10.000 euro zou krijgen en vermoedde dat het om iets strafbaars ging.
De Hoge Raad bevestigt het arrest van het hof en vernietigt het alleen ten aanzien van de strafoplegging. Het cassatieberoep van verdachte wordt voor het overige verworpen. De conclusie benadrukt dat geen sprake was van burgerpseudokoop of -dienstverlening en dat de opsporingsprocedure transparant en rechtmatig was verlopen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor het medeplegen van invoer van circa 13 kilogram cocaïne; het verweer van burgerpseudokoop en ontbreken opzet is verworpen.