ECLI:NL:GHAMS:2008:BD5456
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie voorlopige aanslag loonheffing ondanks te hoge verrekening
Belanghebbende diende een handmatig ingevulde aangifte inkomstenbelasting 2002 in, waarin een onjuist hoog bedrag aan ingehouden loonheffing (€22.396 in plaats van €2.513) was vermeld. Op basis hiervan legde de inspecteur een voorlopige aanslag op met een negatieve teruggaaf van ruim €21.000.
Later corrigeerde de inspecteur dit bedrag bij de definitieve aanslag naar het juiste loonheffingbedrag, waardoor belanghebbende alsnog een bedrag van ruim €21.000 moest betalen. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze correctie, stellende dat de inspecteur niet mocht terugkomen op het standpunt van de voorlopige aanslag.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, maar het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de inspecteur niet verplicht is hetzelfde standpunt aan te houden bij de definitieve aanslag als bij de voorlopige aanslag, tenzij uitdrukkelijk en gemotiveerd vertrouwen was gewekt. Dit was niet het geval, ook niet omdat het geautomatiseerde systeem het bedrag verkeerd had gelezen en het bedrag bijna twee keer het bruto loon bedroeg.
Het hof oordeelde dat de inspecteur de voorlopige aanslag mocht corrigeren en dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad tot het toelichten van haar bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de inspecteur de voorlopige aanslag mocht corrigeren en verklaart het beroep ongegrond.