ECLI:NL:GHAMS:2008:BD6003
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over urencriterium en zelfstandigenaftrek in inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende, ondernemer in een vennootschap onder firma, had in haar aangifte inkomstenbelasting 2001 zelfstandigenaftrek toegepast op basis van een urencriterium van minimaal 1225 gewerkte uren. De inspecteur stelde dit urencriterium niet behaald en legde een hogere aanslag op.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, maar het Gerechtshof Amsterdam oordeelt anders. Het Hof stelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het urencriterium heeft gehaald. De door belanghebbende overgelegde urenadministraties zijn grotendeels gebaseerd op schattingen en niet voldoende onderbouwd met primaire gegevens zoals agenda's en urenstaten.
Het Hof wijst erop dat het verschil tussen de opgestelde urenoverzichten en de primaire gegevens te groot is en dat de inspecteur terecht de betrouwbaarheid van de urenopgaven betwist. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt eveneens verworpen omdat belanghebbende op de hoogte was van het standpunt van de inspecteur. Het Hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van het urencriterium.