ECLI:NL:GHAMS:2008:BD6005
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake zelfstandigenaftrek en urencriterium inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende was in geschil met de Belastingdienst over aanslagen inkomstenbelasting en premie Ziekenfondswet (ZFW) over het jaar 2002. De rechtbank had geoordeeld dat belanghebbende geen recht had op zelfstandigenaftrek omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij meer dan 1.225 uren aan zijn onderneming had besteed. Tevens verklaarde de rechtbank het beroep tegen de aanslag ZFW niet-ontvankelijk omdat geen bezwaar was ingediend.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij wel aan het urencriterium voldeed en dat het beroep tegen de ZFW-aanslag ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Het Hof stelde vast dat het bezwaarschrift tegen de ZFW-aanslag tijdig was ingediend en vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor dat onderdeel. Vervolgens beoordeelde het Hof inhoudelijk of het urencriterium was gehaald.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer dan 1.225 uren aan zijn onderneming had besteed. De door belanghebbende overgelegde urenspecificaties verschilden onderling en waren niet overtuigend onderbouwd. Ook de uren die zijn echtgenote werkte konden niet worden meegeteld. Het Hof verklaarde het beroep tegen de ZFW-aanslag ongegrond en bevestigde het oordeel dat geen recht op zelfstandigenaftrek bestond. Daarnaast kreeg belanghebbende vergoeding van het griffierecht toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag ZFW 2002 is gegrond verklaard maar inhoudelijk ongegrond, het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 is ongegrond verklaard.