ECLI:NL:GHAMS:2008:BD8714
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Betaling aan ex-echtgenoot wegens toedeling woning was lening, geen schenking
In deze zaak gaat het om een bedrag van €45.378 dat [V] heeft overgemaakt aan het notariskantoor ten behoeve van de ex-echtgenoot van zijn partner [P], in verband met de toedeling van de voormalige echtelijke woning aan [P]. Na het overlijden van [V] vorderden diens erfgenamen, [Z] c.s., terugbetaling van dit bedrag van [P], stellende dat het een lening betrof en geen schenking.
De rechtbank stelde vast dat [Z] c.s. het bewijs konden leveren dat sprake was van een lening, mede op basis van de getuigenverklaring van de belastingadviseur [B], die met [V] sprak en hem adviseerde een schuldbekentenis op te maken. [P] voerde verweer, onder meer dat het bedrag was geschonken en dat de lening niet schriftelijk was vastgelegd.
Het hof oordeelde dat de verklaring van [B] overtuigend en geloofwaardig was en dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat [V] zijn wil niet goed had kunnen bepalen. Het hof verwierp het verweer van [P] dat het bedrag een schenking was en vond het aannemelijker dat het een renteloze lening zonder nadere voorwaarden betrof. Wel achtte het hof de termijn voor terugbetaling die [Z] c.s. hadden gesteld te kort en vernietigde het vonnis voor zover het wettelijke rente vanaf 19 juli 2005 toekende, omdat de lening pas op 4 december 2006 was terugbetaald.
Het hof verklaarde [P] niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen het tussenvonnis en bepaalde dat iedere partij de eigen kosten van het hoger beroep draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het bedrag een lening was en vernietigt het vonnis voor zover wettelijke rente vanaf 19 juli 2005 werd toegewezen.