ECLI:NL:GHAMS:2008:BD9261
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing privégebruik auto werkgever en vergoeding in jaar van betaling
Belanghebbende gebruikte een auto van zijn werkgever voor privédoeleinden en betaalde daarvoor een vergoeding achteraf. De vraag was of deze vergoeding in het jaar van betaling (2004) in mindering kon worden gebracht op de bijtelling van dat jaar, terwijl het privégebruik betrekking had op het voorgaande jaar (2003).
De rechtbank had geoordeeld dat de vergoeding niet in aftrek kon worden gebracht in 2004 omdat er geen bijtelling was in dat jaar. Het hof oordeelt echter dat dit standpunt onjuist is omdat de vergoeding niet als aftrekpost in het jaar van betaling geldt, maar het voordeel slechts belast is voor het meerdere boven de vergoeding, ongeacht het jaar van betaling.
De inspecteur heeft dit standpunt ter zitting overgenomen en toegezegd de vergoeding correct te zullen verwerken in de aanslagen over 2002 en 2003. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en gelast de Staat de betaalde griffierechten aan belanghebbende te vergoeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de vergoeding voor privégebruik auto niet in het jaar van betaling als aftrekpost geldt en verklaart het hoger beroep ongegrond.