ECLI:NL:GHAMS:2008:BF6422
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toerekening kwijtscheldingswinst in vennootschapsbelasting
Belanghebbende sloot met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst over kwijtschelding van belastingschulden en vervallen verliezen. Belanghebbende stelde dat de kwijtscheldingswinst in 2001 moest worden toegerekend, conform de gemaakte afspraken. De inspecteur betwistte dit en hield vast aan belastingheffing in 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof oordeelt dat in de vaststellingsovereenkomst geen afspraak is gemaakt over het tijdstip van verantwoording van de kwijtscheldingswinst. De uitleg van de inspecteur, dat de winst in 2002 moet worden verantwoord, wordt door het Hof gevolgd.
Belanghebbende kon geen feiten aanvoeren waaruit vertrouwen op een andere uitleg blijkt. De eerdere gemachtigde van belanghebbende had zich zelfs verenigd met de uitleg van de inspecteur. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.