ECLI:NL:GHAMS:2008:BG4368
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- M.A. Goslings
- W.J.J. Los
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing incidentele vordering tot afgifte bescheiden
Brederijn B.V. is in hoger beroep gekomen tegen een tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam waarin haar incidentele vordering tot afgifte van bescheiden op grond van artikel 843a Rv werd afgewezen. Deze vordering was ingesteld in een procedure waarin Brederijn een geldvordering betrof wegens vermeende inbreuk op een relatiebeding.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde Brederijn in de kosten. Omdat het een tussenvonnis betrof, staat volgens artikel 337 lid 2 Rv Pro in principe geen hoger beroep open. Brederijn stelde zich op het standpunt dat het hof hiervan moest afwijken, zoals in eerdere arresten gebeurde wanneer de vordering was toegewezen vanwege onherstelbare gevolgen voor de gedaagde partij.
Het hof overweegt dat in dit geval de vordering is afgewezen en er geen aanleiding bestaat om van de regel af te wijken. Brederijn moet de gevolgen aanvaarden van het feit dat zij de vordering in een incident heeft ingesteld en niet in een zelfstandige procedure. Daarom verklaart het hof Brederijn niet-ontvankelijk in het hoger beroep en verwijst haar in de proceskosten, die tot dusver nihil zijn voor Cortex cs.
Uitkomst: Brederijn wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het tussenvonnis.