ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5023
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt doodslag met vuurwapen en veroordeelt tot tien jaar gevangenisstraf
Op 25 maart 2006 heeft verdachte in het centrum van een Nederlandse plaats het slachtoffer [A], een zestienjarige jongen, met een pistool van het leven beroofd. Het incident vond plaats te midden van winkelend publiek. Verdachte voerde verweren aan zoals noodweer, noodweerexces en psychische overmacht, maar deze zijn door het hof verworpen.
Het hof stelde vast dat verdachte het wapen in februari 2006 had aangeschaft en regelmatig bij zich droeg. Op de dag van het incident kreeg verdachte een duw en een klap van het slachtoffer, waarna verdachte het wapen trok, doorlaadde, richtte en schoot. Het hof achtte niet bewezen dat verdachte met voorbedachten rade handelde, waardoor moord niet bewezen werd, maar doodslag wel.
De deskundigenrapporten gaven geen aanwijzingen dat verdachte leed aan PTSS ten tijde van het delict, wel aan een aanpassingsstoornis met angst, waardoor hij enigszins verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht. De straf werd vastgesteld op tien jaar gevangenisstraf, lager dan de eis en de uitspraak in eerste aanleg. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding van €14.404,73 toegewezen, waarbij immateriële schade grotendeels werd afgewezen wegens gebrek aan direct verband en bewijs van psychiatrisch ziektebeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor doodslag met een vuurwapen en het bezit van verboden wapens.