ECLI:NL:GHAMS:2008:BG6369
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- P.F. Goes
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over landbouwvrijstelling winstverdeling bij verkoop agrarisch perceel met woning
Belanghebbende, een landbouwer, verkocht in 2001 een perceel met woning, garage en schuren aan een projectontwikkelaar, die het perceel later doorverkocht aan een veehouder. De winst op de ondergrond van de woning is volgens beleidsregels vrijgesteld tot aan de fictieve waarde in het economisch verkeer bij voortgezet agrarisch gebruik (WEVAB).
Het geschil betrof de juiste vaststelling van de WEVAB en de verdeling van de verkoopopbrengst over woning, ondergrond en overige grond. Belanghebbende stelde dat de hogere doorverkoopprijs aan de veehouder, die sloop en nieuwbouw realiseerde, indicatief was voor een hogere WEVAB. De inspecteur hield vast aan de door een belastingdiensttaxateur vastgestelde WEVAB-waarde.
Het hof oordeelde dat de hogere doorverkoopprijs niet zonder nadere motivering kan dienen als maatstaf voor de WEVAB ten tijde van de verkoop door belanghebbende. De woning was aan het ondernemingsvermogen onttrokken en de landbouwvrijstelling geldt slechts tot de WEVAB-waarde. De door belanghebbende aangevoerde hogere waarde werd niet aannemelijk gemaakt. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de landbouwvrijstelling geldt tot de vastgestelde WEVAB-waarde en verklaart het hoger beroep ongegrond.