ECLI:NL:GHAMS:2008:BH4150
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijf en aansprakelijkheid bij onderverhuur sociale woning met winstafdracht
De stichting Ymere verhuurde een sociale woning aan [A], die deze zonder toestemming geheel of deels onderverhuurde aan [P]. [A] en [B], gehuwd en samen eigenaar van een koopwoning in Almere, woonden vermoedelijk niet meer in de sociale woning, wat Ymere als een ernstige tekortkoming kwalificeerde.
De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen, maar wees de winstafdrachtvordering af wegens onduidelijkheid over de schade. In hoger beroep stelt Ymere dat de winst uit de onderverhuur als schade moet worden toegewezen, waarbij het hof het vermoeden bevestigt dat [A] haar hoofdverblijf elders had.
Het hof laat partijen toe tot bewijslevering over het hoofdverblijf en acht ook [B] mede aansprakelijk wegens zijn betrokkenheid bij de onderverhuur. De winst wordt berekend op € 20.800 minus betaalde huur en kosten, resulterend in € 12.778,90. Het hof houdt verdere beslissing aan en benoemt een raadsheer-commissaris voor getuigenverhoor.
Uitkomst: Het hof laat partijen toe tot bewijslevering over het hoofdverblijf en houdt verdere beslissing aan.