ECLI:NL:PHR:2010:BM0893
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van artikel 6:104 BW bij winstafdracht wegens illegale onderverhuur sociale woning
In deze zaak staat centraal of een woningcorporatie winstafdracht kan vorderen op grond van artikel 6:104 BW Pro wegens illegale onderverhuur van sociale woningen. De huurder verhuurde haar woning zonder toestemming geheel onder aan derden, wat strijdig was met de huurovereenkomst. De corporatie vorderde betaling van €13.800 als winstafdracht, vermeerderd met wettelijke rente.
De kantonrechter kende een voorschot toe, waarna het gerechtshof Amsterdam het vonnis deels vernietigde en de vordering bevestigde. Het hof stelde dat de corporatie aannemelijk had gemaakt schade te lijden door illegale onderverhuur, die niet in concrete bedragen kon worden vastgesteld. Daarom was toepassing van artikel 6:104 BW Pro passend, waarbij de schade werd begroot op de winst die de huurder uit de onderverhuur had genoten.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 6:104 BW Pro geen zuivere vordering tot winstafdracht geeft, maar een discretionaire bevoegdheid aan de rechter om schade te begroten op de winst of een gedeelte daarvan. Er hoeft geen concreet nadeel te zijn aangetoond, maar enige schade moet aannemelijk zijn. De rechter moet terughoudend zijn indien de winst de vermoedelijke schade aanmerkelijk overschrijdt.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat het spoedeisend belang voor de toewijzing van een geldvordering in kort geding ook kan liggen in het effectief bestrijden van illegale onderhuur en het geven van een krachtig signaal, niet uitsluitend in financiële belangen. De belangenafweging in kort geding hoeft niet tweemaal te worden verricht en het hof heeft voldoende gemotiveerd geoordeeld.
De klachten van de huurder over de motivering, het causaal verband, en de omvang van de schadevergoeding worden verworpen. De winstafdracht is passend geacht als schadebegroting in het kader van de toerekenbare tekortkoming. De uitspraak bevestigt het belang van artikel 6:104 BW Pro als instrument tegen illegale onderhuur in de sociale huursector.
Uitkomst: De vordering tot betaling van €13.800,-- als winstafdracht wegens illegale onderverhuur wordt toegewezen.