ECLI:NL:GHAMS:2008:BH5712
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.J.M.W. Paridaens - van der Stoel
- J.D.L. Nuis
- N.A. Schimmel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid OM wegens overschrijding redelijke termijn en ne bis in idem-beginsel verworpen
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en wegens schending van het ne bis in idem-beginsel uit artikel 68 Sr Pro. De verdachte werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie en handel in XTC tussen 1998 en 2000.
De verdediging voerde aan dat de redelijke termijn was overschreden omdat de vervolging pas jaren na de aanvang van het onderzoek werd voortgezet, en dat de verdachte reeds in 2001 voor soortgelijke feiten was veroordeeld, zodat het ne bis in idem-beginsel van toepassing was. Het hof overwoog dat de eerdere veroordeling betrekking had op andere feiten dan de huidige tenlastelegging en dat de redelijke termijn aanvangt op het moment dat het OM de vervolging in Nederland aankondigt, namelijk 27 december 2004.
Hoewel de redelijke termijn met een jaar was overschreden, oordeelde het hof dat dit niet automatisch leidde tot niet-ontvankelijkheid, mede gelet op het internationale belang en het ontbreken van omstandigheden die vervolging in de weg staan. Het hof besloot het onderzoek te heropenen, te schorsen en de hervatting van het onderzoek te gelasten op 24 februari 2009.
Deze uitspraak bevestigt de mogelijkheid om vervolging voort te zetten ondanks overschrijding van de redelijke termijn, mits belangen zorgvuldig worden afgewogen en het ne bis in idem-beginsel niet wordt geschonden.
Uitkomst: Het hof verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid en schending ne bis in idem en beval heropening, schorsing en hervatting van het onderzoek.