ECLI:NL:GHAMS:2008:BH8898
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.C.W. Rang
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenveroordeling bij vermeende frauduleuze vordering
In deze civiele procedure stond centraal of de proceskostenveroordeling volgens het liquidatietarief kon worden verhoogd omdat de wederpartij een frauduleuze vordering zou hebben ingesteld. Delta Lloyd stelde dat de wederpartij wist dat zijn vordering frauduleus was en vorderde daarom een hogere proceskostenvergoeding.
Het hof verwees naar een eerder arrest waarin werd overwogen dat alleen bij buitengewone omstandigheden, zoals het vaststaan van fraude, van het liquidatietarief kan worden afgeweken. Delta Lloyd overlegde stukken waaruit bleek dat de strafzaak tegen de wederpartij was geseponeerd wegens gebrek aan bewijs en dat een civiele vordering tegen een verzekerde van Delta Lloyd onvoldoende was onderbouwd.
Het hof oordeelde echter dat deze stukken niet voldoende bewijs leverden dat de wederpartij bewust een frauduleuze vordering had ingesteld. De wisseling van feitelijke grondslag was niet doorslaggevend en de mogelijkheid tot nader bewijs werd door het hof gepasseerd omdat dit buiten het bestek van het geding viel.
Daarom faalde de grief van Delta Lloyd en werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Delta Lloyd werd veroordeeld in de kosten van het incidenteel hoger beroep, begroot op €670,50.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek van Delta Lloyd af om de proceskostenveroordeling te verhogen wegens vermeende fraude.