ECLI:NL:GHAMS:2009:BH3913
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- J. den Boer
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake naheffingsaanslagen en boeten motorrijtuigenbelasting taxi
Belanghebbende, een taxichauffeur, kreeg naheffingsaanslagen en boeten opgelegd wegens vermeend niet voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling motorrijtuigenbelasting (MRB) voor een taxi. De rechtbank vernietigde deze aanslagen en boeten, maar het hof oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet is toegekomen aan de fundamentele vraag of de administratie van belanghebbende voldoende grond voor naheffing biedt.
Het hof stelt vast dat artikel 76, tweede lid, Wet MRB geen exclusieve werking heeft en dat naheffing ook mogelijk is op grond van artikel 20 AWR Pro, zonder beperking tot twaalf maanden voorafgaand aan de constatering. De naheffingsaanslagen zijn gebaseerd op het ontbreken van een sluitende kilometeradministratie waarmee het gebruik als taxi kan worden aangetoond.
Omdat de rechtbank niet heeft beoordeeld of de naheffingsaanslagen en boeten terecht en in juiste bedragen zijn opgelegd, wijst het hof de zaak terug naar de rechtbank voor een volledige herbeoordeling. De beslissing omtrent het griffierecht blijft in stand. Het hof acht geen aanleiding voor een kostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, vonnis rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor volledige herbeoordeling.