ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4192
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- F.H.M. Possen
- M.J. Hamer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens niet aangeven afkoopsom kapitaalverzekering met lijfrenteclausule
Belanghebbende had in 2002 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule afgekocht en de ontvangen afkoopsom van € 12.577,50 niet aangegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op met een boete van 50% wegens (voorwaardelijk) opzet. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat er geen sprake was van opzet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat sprake was van opzet, omdat belanghebbende zich bewust was van de fiscale gevolgen en de aanmerkelijke kans had geaccepteerd dat te weinig belasting werd betaald. Het hof stelde echter vast dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van opzet en volgde daarom de subsidiaire stelling van grove schuld.
Het hof achtte een boete van 25% passend en geboden en oordeelde dat deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar was. De uitspraak van de rechtbank en de boete van 50% werden vernietigd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende vergoed.
De zaak betreft de fiscale behandeling van afkoop van kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule en de toepassing van vergrijpboetes bij niet-naleving van aangifteplichten.
Uitkomst: Boete verminderd van 50% naar 25% wegens grove schuld, uitspraak rechtbank en inspecteur vernietigd.