ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4427
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling vergoeding beëindiging pachtovereenkomst en tweede pachtersvoordeel
Belanghebbende ontving een vergoeding van f 709.875 voor de beëindiging van een pachtovereenkomst die voortkwam uit een familiebedrijf. De kern van het geschil was of deze vergoeding tot de stakingswinst behoorde en daarmee belastbaar was. Het Hof stelde vast dat de pachtovereenkomst ondanks de familiale oorsprong een zakelijke grondslag had.
De zaak betrof een landbouwbedrijf dat in 1978 in maatschapsverband werd voortgezet en waarbij de vader van belanghebbende de onroerende zaken verpachtte aan de maatschap. Na het overlijden van de ouders werd de grond verkocht en werd belanghebbende gecompenseerd voor het beëindigen van de pacht.
Het Hof oordeelde dat verpachtingen die gericht zijn op bedrijfsopvolging binnen de familie een zakelijke grondslag hebben, tenzij sprake is van een bevoordelingsbedoeling, wat hier niet aannemelijk was. Op grond van beleidsregels omtrent het tweede pachtersvoordeel werd een derde van de vergoeding onbelast gelaten, mits aan voorwaarden werd voldaan, waaronder de intentie tot voortzetting van het landbouwbedrijf bij verkrijging van de grond.
Partijen kwamen overeen dat deze intentie aanwezig was en dat het Hof uitspraak kon doen zonder nadere mondelinge behandeling. Het Hof vernietigde het eerdere oordeel van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en verminderde de aanslag inkomstenbelasting dienovereenkomstig. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 236.933, waarbij een derde van de pachtontbindingsvergoeding onbelast blijft.