ECLI:NL:RBHAA:2007:BH9333
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- A.P.M. van Rijn
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling vergoeding afkoop pachtovereenkomst binnen familiekring
Eiser en zijn vader zijn in 1978 een maatschap aangegaan waarbij de vader de onroerende zaken in gebruik gaf via een zakelijke pachtovereenkomst. Na het overlijden van de vader in 1987 zette eiser het akkerbouwbedrijf voort en betaalde hij pacht aan zijn moeder, die enig erfgename was. Na het overlijden van de moeder in 1998 werden de gronden verkocht aan een derde, waarbij eiser een vergoeding ontving voor de beëindiging van de pachtovereenkomst.
Eiser stelde dat de ontvangen vergoeding geheel of gedeeltelijk vrijgesteld moest worden van belastingheffing op grond van de pachtersvoordeelresolutie, omdat de pachter tot de familiekring behoorde en de overeenkomst haar oorzaak vond in de persoonlijke sfeer. De rechtbank stelde vast dat de pachtovereenkomst zakelijk was en dat eiser nooit eigenaar van de gronden is geworden, waardoor de resolutie niet van toepassing is.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en bevestigde dat de vergoeding volledig tot de stakingswinst behoort. Tevens werd vastgesteld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat er geen feitelijk en rechtens gelijke gevallen zijn. De rechtbank wees het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de vergoeding volledig tot de stakingswinst behoort.