ECLI:NL:GHAMS:2009:BH4444
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toepassing tonnageregeling op exploitatie cruiseschip in internationaal verkeer
Belanghebbende exploiteert een cruiseschip, de S, dat wordt gebruikt voor internationale reizen met passagiers. De inspecteur wees een verzoek tot toepassing van de tonnageregeling af, omdat hij meende dat het schip niet bestemd was voor vervoer van personen in internationaal verkeer, maar voor vermaak aan boord. De rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk.
In hoger beroep oordeelt het Hof dat het schip wel degelijk bestemd is voor het vervoer van personen in het internationale verkeer over zee, zoals bedoeld in artikel 3.22 Wet IB 2001. Het Hof baseert zich op het OESO-modelverdrag en het feit dat het schip meerdere internationale trajecten aflegt tussen havens in verschillende staten. De exploitatie van het schip omvat meer dan alleen vermaak; het betreft ook daadwerkelijk vervoer.
Het Hof verwerpt het argument dat het schip een pleziervaartuig is en benadrukt dat de charterovereenkomst met bemanning en kapitein een overeenkomst van personenvervoer inhoudt. Ook het feit dat het schip vooral door besloten gezelschappen wordt gehuurd, staat niet aan toepassing van de tonnageregeling in de weg.
Ten slotte oordeelt het Hof dat toepassing van de tonnageregeling geen verboden staatssteun vormt binnen het kader van het Europese zeevervoersbeleid. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking van de inspecteur vernietigd en belanghebbende krijgt proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Belanghebbende komt in aanmerking voor de tonnageregeling voor de exploitatie van het cruiseschip vanaf 2005; beschikking inspecteur wordt vernietigd.