ECLI:NL:GHAMS:2009:BH7804
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor niet tijdig melden betalingsonmacht omzetbelasting
De zaak betreft een hoger beroep tegen de aansprakelijkstelling van een bestuurder voor de niet betaalde omzetbelasting van zijn besloten vennootschap over het vierde kwartaal van 2001. De vennootschap heeft de verschuldigde omzetbelasting niet tijdig voldaan en heeft geen tijdige melding van betalingsonmacht gedaan zoals wettelijk vereist.
De bestuurder stelde dat hij tijdig melding had gedaan na ontvangst van naheffingsaanslagen en dat hij de financiële zaken aan zijn vader had overgelaten. Het hof oordeelde dat de melding van betalingsonmacht niet tijdig was gedaan en dat een uitnodiging tot het doen van aangifte geen rechtsgeldige verlenging van de termijn voor melding geeft. Bovendien heeft de bestuurder onvoldoende toezicht gehouden op de aangifteverplichtingen.
Het hof bevestigde dat op grond van de Invorderingswet het wettelijke vermoeden geldt dat de niet betaling aan de bestuurder is te wijten, en dat hij dit vermoeden niet heeft kunnen weerleggen. De aansprakelijkstelling voor de belastingschuld, boetes, kosten en invorderingsrente is daarom terecht. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van de bestuurder voor niet tijdig melden van betalingsonmacht en niet betalen van omzetbelasting.