ECLI:NL:GHAMS:2009:BI1345
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- E.H. Schulten
- E.A.K.G. Ruys
- J.M.J. Denie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding raadsman na voorwaardelijk sepot
Appellant heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman op grond van artikel 591a Wetboek van Strafvordering, nadat aan hem een voorwaardelijk sepot was gegeven. Dit sepot hield in dat hij gedurende een proeftijd van twee jaar niet vervolgd zou worden als hij zich niet aan strafbare feiten zou schuldig maken.
De rechtbank had het verzoek niet-ontvankelijk verklaard, omdat de zaak nog niet was beëindigd. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het voorwaardelijk sepot een zodanig zeker einde van de zaak betekende dat de vervolging stil was komen te liggen.
Het hof oordeelde echter dat het recht tot vervolging nog niet was vervallen zolang de proeftijd liep en dat de zaak dus niet was geëindigd. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van de kosten van de raadsman wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de strafzaak nog niet is beëindigd.