ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- E.M. Vrouwenvelder
- P.F. van Goes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over belastingaanslag en bezwaarprocedure
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2003, waarbij onder meer de aftrek van kosten levensonderhoud van zijn studerende zoon in geschil was. De inspecteur had de aanslag verminderd na bezwaar, maar belanghebbende voerde aan dat de uitspraak op bezwaar te laat was gedaan en dat de rechtbank onrechtmatig had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en paste artikel 6:20, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de inspecteur binnen de wettelijke termijn had beslist, mede gelet op de langere termijn die de Algemene wet inzake rijksbelastingen biedt.
Verder verwierp het hof de klachten over partijdigheid van de rechter en over de niet-openbare behandeling van de zaak bij de rechtbank. Het materiële geschilpunt, de aftrek van de kosten levensonderhoud van de zoon, was niet in geschil. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.