ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4354
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.P. van Achterberg
- A.H.A. Scholten
- W.H.F.M. Cortenraad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid niet-meetekenende echtgenoot tot vernietiging effectenlease-overeenkomst verjaart drie jaar na daadwerkelijke bekendheid
In deze zaak stond centraal of de niet-meetekenende echtgenoot bevoegd was tot vernietiging van effectenlease-overeenkomsten gesloten door haar echtgenoot zonder haar toestemming. De overeenkomsten waren gedateerd 25 oktober 2000 en werden in oktober 2003 beëindigd met een schuld aan Dexia. De echtgenote vernietigde de overeenkomsten buitengerechtelijk in oktober 2004 wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming.
Dexia voerde aan dat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard omdat de echtgenote langer dan drie jaar bekend zou zijn met de overeenkomsten. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn pas begint te lopen vanaf de daadwerkelijke bekendheid met de overeenkomst, niet vanaf het moment dat zij redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn. Uit de vaststaande feiten bleek dat de echtgenoot destijds gezondheidsproblemen had en dat de echtgenote pas in 2003 van de overeenkomsten hoorde.
Dexia stelde dat het in Nederland gebruikelijk is dat beleggingsbeslissingen met medeweten van beide echtgenoten worden genomen, maar dit werd door het hof niet als algemene ervaringsregel aangenomen. Dexia kon haar stelling onvoldoende onderbouwen, waardoor haar beroep op verjaring werd verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Dexia in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van Dexia af.