ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4359
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.P. van Achterberg
- A.H.A. Scholten
- W.H.F.M. Cortenraad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vernietiging effectenlease-overeenkomsten door niet-meetekenende echtgenote en verjaring
In deze zaak vordert de niet-meetekenende echtgenote vernietiging van vier effectenlease-overeenkomsten die haar echtgenoot met Dexia is aangegaan zonder haar schriftelijke toestemming, zoals vereist op grond van artikel 1:88 BW Pro. De kantonrechter oordeelde dat de vernietiging van drie van deze overeenkomsten was verjaard omdat de echtgenote niet binnen drie jaar na bekendheid met de overeenkomsten had gehandeld.
Het hof stelt vast dat de bevoegdheid tot vernietiging verjaart drie jaar na daadwerkelijke bekendheid met de overeenkomst, niet na het moment waarop redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Uit verklaringen van partijen blijkt dat de echtgenote pas in 2003 daadwerkelijk bekend werd met de overeenkomsten, ondanks dat betalingen plaatsvonden vanaf een rekening van de echtgenoot en dat de echtgenoot de financiën beheerde.
Dexia kon haar stelling dat de echtgenote eerder bekend was niet voldoende onderbouwen en haar beroep op verjaring wordt daarom verworpen. Het hof verklaart de vernietiging van drie effectenlease-overeenkomsten rechtsgeldig en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van de betaalde bedragen met wettelijke rente. Tevens wordt Dexia veroordeeld om aan de Stichting Bureau Kredietregistratie te melden dat geen betalingsachterstanden bestaan. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De effectenlease-overeenkomsten zijn rechtsgeldig vernietigd en Dexia is veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke rente en melding aan de Stichting Bureau Kredietregistratie.