ECLI:NL:GHAMS:2009:BI6130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- J. den Boer
- J.C.M. van Sonderen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid in rekening gebrachte dwangbevelkosten bij belastinginvordering
Belanghebbende, een besloten vennootschap, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting en boetebeschikking en betaalde niet tijdig. De ontvanger bracht daarop dwangbevelkosten van € 10.295 in rekening. Belanghebbende voerde aan dat dit bedrag disproportioneel was en in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en algemene bestuursrechtelijke beginselen.
Het Hof stelde vast dat de kosten in overeenstemming zijn met de Kostenwet invordering rijksbelastingen en dat het Nederlandse recht het niet betalen van belasting niet als strafbaar feit kwalificeert. De dwangbevelkosten zijn bedoeld om kostendekkendheid te waarborgen en hebben een preventieve functie, maar zijn niet strafrechtelijk van aard.
Verder oordeelde het Hof dat het in rekening brengen van deze kosten niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het een regulering van het gebruik van eigendom in het algemeen belang betreft. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat belanghebbende niet tijdig uitstel van betaling had gevraagd en onvoldoende bewijs leverde voor ongelijke behandeling.
Het Hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank Haarlem en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de dwangbevelkosten van € 10.295 rechtmatig zijn en wijst het hoger beroep af.