ECLI:NL:GHAMS:2009:BI9804
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A. van Haeringen
- Rechtspraak.nl
Geen verdeling pensioenpolissen na verkoop aandelen en huwelijkse voorwaarden
Partijen waren aanvankelijk in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben in 2006 huwelijkse voorwaarden opgesteld en hun huwelijksgemeenschap verdeeld. De man was directeur-grootaandeelhouder van een besloten vennootschap waarvan de aandelen in 2002 werden verkocht. De opgebouwde pensioenvoorzieningen werden afgewikkeld door storting bij verzekeringsmaatschappijen, waarna de man vanaf zijn 65e levensjaar uitkeringen ontving.
De vrouw vorderde in hoger beroep dat de waarde van de polissen alsnog verdeeld zou worden, stellende dat deze vermogensrechten niet als pensioenvoorziening kwalificeren en dus tot de gemeenschap behoorden. Het hof oordeelde dat na afstorting sprake was van privé lijfrentes die buiten de Wet VPS vallen, waardoor de rechtbank onjuist had geoordeeld dat de Wet VPS van toepassing was.
Desalniettemin wees het hof de vordering af omdat partijen bij de verdeling in 2006 bewust de polissen buiten de verdeling hadden gelaten, hetgeen blijkt uit de onderhandse akte van verdeling en de omstandigheden waaronder partijen financieel onafhankelijk van elkaar wilden zijn. De vrouw was op de hoogte van de polissen en de uitkeringen, en had geen behoefte aan alimentatie. De akte van huwelijkse voorwaarden bevatte bovendien een uitsluiting van pensioenverevening.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en compenseerde de proceskosten in hoger beroep, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot verdeling van de pensioenpolissen af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.