ECLI:NL:PHR:2011:BP8696
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over partneralimentatie, draagkracht en wangedrag bij beëindiging onderhoudsplicht
Partijen waren gehuwd en hebben twee kinderen. Na echtscheiding is partner- en kinderalimentatie vastgesteld. De man verzocht om beëindiging of vermindering van partneralimentatie wegens wangedrag van de vrouw en haar vermeende zelfvoorzienendheid. De rechtbank beëindigde de partneralimentatie per 1 oktober 2009 vanwege wangedrag en het vermogen van de vrouw om in haar levensonderhoud te voorzien. Het hof vernietigde deze beslissing en verhoogde de partneralimentatie, oordelend dat het wangedrag onvoldoende was bewezen en de vrouw nog niet zelfvoorzienend was.
De Hoge Raad bespreekt de draagkrachtberekening, waarbij het hof geen rekening hield met extra kosten voor de kinderen omdat deze volgens het hof al in de bijstandsnorm waren verwerkt. Het hof oordeelde dat het wangedrag van de vrouw niet zodanig was dat de man niet langer alimentatie hoefde te betalen. Tevens concludeerde het hof dat de vrouw vanwege haar beperkte beheersing van de Nederlandse taal en haar inburgeringscursus nog niet in staat was zelf in haar levensonderhoud te voorzien.
De Hoge Raad verwerpt de cassatieklachten, bevestigt dat het hof niet onredelijk oordeelde over de draagkracht en het wangedrag, en dat het hof terecht rekening hield met de feitelijke omstandigheden rond de zelfvoorzienendheid van de vrouw. Ook het incidenteel cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen. De alimentatieverplichting blijft dus bestaan tot de wettelijke termijn of totdat de vrouw zelfvoorzienend is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de partneralimentatie niet wordt beëindigd wegens wangedrag en dat de vrouw nog niet zelfvoorzienend is, waardoor de alimentatieverplichting blijft bestaan.