ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1648
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.E. Molenaar
- A.M.A. Verscheure
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens arbeidsongeschiktheid door blootstelling aan oplosmiddelen
Werknemer trad op zestienjarige leeftijd in dienst bij HSB Bouw en raakte in 2004 arbeidsongeschikt door blootstelling aan neurotoxische oplosmiddelen tijdens zijn werkzaamheden. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid beëindigde HSB Bouw het dienstverband met toestemming van de CWI. Werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde schadevergoeding.
De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid (OPS/CTE) voldoende was vastgesteld en verband hield met het werk. Hoewel HSB Bouw niet verwijtbaar was voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid en niet tekort was geschoten in re-integratie, waren de gevolgen van het ontslag voor werknemer te ernstig in verhouding tot het belang van de werkgever.
Het hof berekende de schadevergoeding volgens de XYZ-formule, waarbij het dienstverband van twintig jaar en het bruto maandsalaris werden meegewogen, en stelde de correctiefactor op 0,5. De schadevergoeding werd begroot op €24.000 bruto met wettelijke rente vanaf 3 januari 2007. HSB Bouw werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van werknemer is kennelijk onredelijk en HSB Bouw moet een schadevergoeding van €24.000 bruto met wettelijke rente betalen.