ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1704
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet-naleving administratieplicht en onjuiste aangifte
X BV kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor de jaren 1999 tot en met 2002. Het Hof stelde vast dat X BV andere personen liet werken dan in de loonadministratie stonden geregistreerd, waardoor niet kon worden vastgesteld wie wanneer werkte en welk loon werd betaald. Tevens ontbraken in veel gevallen loonbelastingverklaringen en kopieën van identiteitsbewijzen, wat een schending van de administratieplicht volgens artikel 52 van Pro de AWR betekent.
De inspecteur maakte een redelijke schatting van de niet-verantwoorde lonen op basis van een vergelijking tussen gefactureerde uren en geregistreerde gewerkte uren. X BV kon deze schatting niet overtuigend weerleggen. Het Hof oordeelde dat de bewijslast omgekeerd moest worden vanwege de ernstige tekortkomingen in de administratie en het ontbreken van vereiste aangiften.
Verder werd vastgesteld dat de door X BV geclaimde afdrachtvermindering lage lonen niet kon worden toegekend wegens gebrek aan voldoende bewijs. Het Hof bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank Haarlem en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van X BV wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd.