ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ1845
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens niet nageleefde procedure bij vaststelling douanewaarde
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een uitnodiging tot betaling van douanerechten opgelegd door de inspecteur, welke zij betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam.
De zaak betrof de vaststelling van de douanewaarde van bevroren pluimveevlees dat via een keten van verbonden partijen werd ingevoerd. De kern van het geschil was of de transactie tussen twee verbonden ondernemingen, A in Brazilië en O op de Kaaimaneilanden, als basis kon dienen voor de douanewaarde. Belanghebbende stelde dat sprake was van een legitieme transactie met zakelijke prijzen conform transfer pricing regels.
Het hof oordeelde dat de inspecteur de dwingende procedure van artikel 181bis UCDW, die waarborgen biedt bij twijfel over de douanewaarde, niet correct had nageleefd. Belanghebbende was niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de twijfels van de douane, noch was een definitieve, schriftelijke beslissing genomen. Dit procedureverzuim was ernstig genoeg om de eerdere uitspraken te vernietigen, maar niet om de uitnodiging tot betaling zelf te vernietigen.
De zaak werd terugverwezen naar de inspecteur om de procedure alsnog correct te doorlopen. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan belanghebbende. Hiermee werd het gelijkheidsbeginsel en de zorgvuldigheid in de bestuursrechtelijke procedure benadrukt.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank en inspecteur wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur voor hernieuwde beslissing na correcte procedure.