ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ5016
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- A.M. van Amsterdam
- D.V.E.M. van der Wiel–Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbelasting en boete wegens onbelaste vaste onkostenvergoedingen
Belanghebbende, een bedrijf in personeelsbemiddeling, betaalde aan haar werknemers vaste netto-onkostenvergoedingen zonder dat deze naar aard en omvang per kostencategorie vooraf of bij betaling waren gespecificeerd. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen en boetes op wegens het niet voldoen aan de fiscale voorwaarden voor onbelaste vergoedingen.
In hoger beroep betwistte belanghebbende dat de vergoedingen tot het loon behoren en voerde zij aan dat een procentuele onderverdeling was opgesteld, gebaseerd op intern onderzoek en een UWV-rapport. Het Hof oordeelde dat deze onderverdeling niet voldoet aan de formele voorwaarden zoals vastgesteld in een arrest van de Hoge Raad en dat de vergoedingen daarom volledig tot het loon moeten worden gerekend voor de jaren 2000 tot en met 2004.
Verder stelde het Hof vast dat belanghebbende grove schuld treft voor de jaren 2000-2002 en 2003-2004 vanwege het ontbreken van een deugdelijke basis voor de onderverdeling. De opgelegde boete van 25% werd passend bevonden, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd deze verminderd tot € 23.273. Belanghebbende kreeg tevens vergoeding van proceskosten en griffierechten toegekend.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot € 23.273 wegens overschrijding van de redelijke termijn, terwijl de naheffingsaanslag wordt gehandhaafd.