ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6176
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbankuitspraak over samenvoeging conserverende aanslagen Successiewet
Op 24 september 2004 overleed de erflaatster, waarna belanghebbende een deel van de nalatenschap verkreeg, waaronder aandelen met een waarde van €869.150. De inspecteur legde een conserverende aanslag op in het kader van de Successiewet 1956, waarin zowel een onbelast als een belast deel van de geconserveerde waarde waren opgenomen. Belanghebbende betwistte de samenvoeging van deze delen in één aanslagbiljet.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar van de inspecteur. Zowel belanghebbende als de inspecteur stelden hoger beroep in. Het Hof oordeelde dat de Successiewet niet voorschrijft dat het onbelaste en het belaste deel in afzonderlijke aanslagen moeten worden neergelegd. De conserverende aanslag voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Verder bevestigde het Hof dat de toerekening van belastinglatenties aan de geconserveerde waarde op basis van evenredigheid dient te geschieden, zoals ook uit de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie volgt. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard, en de rechtbankuitspraak bevestigd. De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.