ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6883
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake proceskostenveroordeling in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting en een verzuimboete over 2004. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan motivering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde later het bezwaar alsnog ontvankelijk en oordeelde dat de inspecteur een nieuwe uitspraak moest doen.
Na de nieuwe uitspraak van de inspecteur bleef het bezwaar ongegrond en verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, zonder de inspecteur in de proceskosten te veroordelen. Belanghebbende kwam in hoger beroep tegen het achterwege blijven van deze proceskostenveroordeling.
Het hof oordeelde dat de inspecteur ten onrechte het bezwaar onvoldoende had gemotiveerd, waardoor het instellen van beroep mede aan hem te wijten was. Daarom veroordeelde het hof de inspecteur alsnog in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van het griffierecht. Het hof zag geen reden de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door het hof Amsterdam op 1 september 2009, waarbij het hoger beroep werd beperkt tot de proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.