ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ7082
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.F. Slijpen
- W.M.G. Visser
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling WOZ-waarde voorhuis boerderij met beperkt recht van bewoning
Belanghebbende, eigenaar van een voorhuis van een boerderij zonder bijgebouwen, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van het object. De rechtbank Utrecht stelde de waarde in eerste aanleg vast op €370.200. De heffingsambtenaar stelde dat vanwege een op het object gevestigd beperkt recht van gebruik en bewoning niet belanghebbende, maar de rechthebbenden op dat recht belastingplichtig zijn, en dat de aanslagen daarom ten onrechte aan belanghebbende zijn opgelegd.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende een eigen recht op bewoning heeft en dat de aanslagen rechtsgeldig aan haar zijn opgelegd. Zowel belanghebbende als de heffingsambtenaar slaagden er niet in de waarde van het object aannemelijk te maken. Het Hof stelt de waarde in goede justitie vast op €340.000 per waardepeildatum 1 januari 2003.
Daarnaast kent het Hof een proceskostenvergoeding toe voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand door de makelaar van belanghebbende. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd met uitzondering van de beslissing inzake het griffierecht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €340.000 en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.