ECLI:NL:HR:1996:AA1967
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over proceskostenveroordeling in zuiveringsheffingzaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1982 een aanslag in de zuiveringsheffing opgelegd door de Provincie Utrecht. Na bezwaar werd de aanslag verminderd tot een bedrag berekend naar 676 vervuilingseenheden. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding gegrond verklaarde en de aanslag vernietigde, maar geen proceskosten aan belanghebbende toekende.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof omtrent de proceskosten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte aannam dat belanghebbende geen aanspraak maakte op proceskostenvergoeding, enkel omdat geen reactie was gegeven op een bijlage bij de oproeping. Volgens de Hoge Raad geldt als hoofdregel dat de wederpartij in de kosten wordt veroordeeld indien belanghebbende geheel in het gelijk wordt gesteld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het proceskosten betreft en besloot zelf dat de Provincie Utrecht de proceskosten, waaronder het griffierecht en kosten van rechtsbijstand, aan belanghebbende moet vergoeden. Hiermee werd de proceskostenveroordeling ten gunste van belanghebbende bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt de Provincie Utrecht tot vergoeding van de proceskosten aan belanghebbende.