ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8872
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen heffingsrente berekening inkomstenbelasting 2005 en 2007
Belanghebbende, enig aandeelhouder en directeur van een B.V., kreeg voor de jaren 2005 en 2007 voorlopige aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met heffingsrente. Voor 2005 beriep hij zich succesvol op het vertrouwensbeginsel dat geen heffingsrente zou worden berekend drie maanden na het indienen van zijn aangifte. Voor 2007 werd de heffingsrente terecht berekend vanaf 1 juli 2007, ondanks dat het dividend pas op 15 oktober werd uitgekeerd.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof vernietigde dit oordeel voor 2005 en stelde vast dat de inspecteur gebonden is aan de duidelijke tekst van artikel 30f AWR, maar dat belanghebbende op basis van een schriftelijke afspraak met de inspecteur mocht vertrouwen dat na ontvangst van de aangifte geen heffingsrente meer zou worden berekend. Hierdoor werd de heffingsrente over 2005 verminderd.
Voor 2007 oordeelde het Hof dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de wetgever bewust een verschil heeft gemaakt tussen dividendbelasting en inkomstenbelasting. De heffingsrenteberekening voor 2007 is daarom rechtmatig. Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en bevestigde de heffingsrente voor 2007.
Uitkomst: Het hof vermindert de heffingsrente over 2005 wegens vertrouwensbeginsel en bevestigt de heffingsrente over 2007.