ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging winstvaststellingsovereenkomst filmproductie CV vanwege budgetoverschrijding
Belanghebbende werd in 2002 commanditair vennoot in een CV die een film produceerde. De CV sloot een winstvaststellingsovereenkomst met de inspecteur om fiscale faciliteiten te verkrijgen. De filmproductie overschreed het budget met 17,5%, waarbij de overschrijding voor rekening kwam van de uitvoerend producent en niet van de CV. De inspecteur zegde daarop de winstvaststellingsovereenkomst op.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging onterecht was omdat de film voor rekening en risico van de CV was vervaardigd. Het hof stelde echter vast dat de budgetoverschrijding voortkwam uit onenigheid waarbij de uitvoerend producent zonder toestemming kosten maakte, waardoor niet alle kosten voor rekening van de CV kwamen. Dit was strijdig met de winstvaststellingsovereenkomst.
Het hof oordeelde dat de inspecteur de overeenkomst terecht heeft opgezegd op grond van artikel C9 van die overeenkomst. Tegelijkertijd achtte het hof het evident in strijd met het evenredigheidsbeginsel om de commanditaire vennoten de wettelijke fiscale rechten te ontzeggen voor zover de investering wel voor rekening van de CV kwam. Daarom wees het hof de zaak terug naar de inspecteur om opnieuw uitspraak te doen over de fiscale faciliteiten.
Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot het forfaitaire bedrag van €1449. De uitspraak bevestigt dat bestuursorganen bij het beëindigen van dergelijke overeenkomsten ook algemene beginselen van behoorlijk bestuur moeten respecteren, waaronder het evenredigheidsbeginsel.
Uitkomst: De winstvaststellingsovereenkomst is terecht opgezegd, maar de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van fiscale faciliteiten en de inspecteur wordt veroordeeld in proceskosten.