ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9559
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging winstuitdeling door onzakelijke rente op lening aan aandeelhouder
Belanghebbende, een beheersmaatschappij, had in 2002 een geldlening verstrekt aan haar directeur en enig aandeelhouder door bedragen op diens internetspaarrekening te storten. De rentevergoeding die belanghebbende ontving was lager dan de rente die de aandeelhouder op de spaarrekening ontving. De inspecteur corrigeerde de vennootschapsbelastingaangifte met een bedrag van €24.977 als winstuitdeling.
Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het voordeel aan de aandeelhouder loon was voor werkzaamheden, en dat de rentevergoeding zakelijk was. Het Hof oordeelde dat de lening zonder voorwaarden was verstrekt en dat een zakelijke particuliere belegger een hogere rente zou hebben gevraagd. De lagere rente was onzakelijk en vormde een voordeel dat bewust aan de aandeelhouder was toegekend.
Het Hof verwierp het loonverweer omdat de werkzaamheden van de aandeelhouder gering waren, het loon passend was en het voordeel niet als loon was verantwoord. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, waarmee de winstuitdeling werd vastgesteld.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de lagere rente op de lening aan de aandeelhouder een verkapte winstuitdeling vormt van €24.977.