ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verzoek terugbetaling douanerechten voor ingevoerd vlees
Belanghebbende heeft vier aangiften gedaan voor invoer van rundvlees uit Brazilië en verzocht om terugbetaling van betaalde douanerechten op grond van artikel 238 van Pro het Communautair Douanewetboek (CDW), stellende dat het vlees bacteriologisch was besmet en niet geschikt voor menselijke consumptie. De inspecteur wees deze verzoeken af, waarna de rechtbank de terugbetaling toekende.
In hoger beroep stelde de inspecteur dat belanghebbende niet had bewezen dat het vlees ten tijde van invoer gebreken vertoonde of niet aan het contract voldeed. Het hof constateerde dat belanghebbende geen contractstukken had overgelegd en onvoldoende bewijs had geleverd dat het vlees bij invoer gebreken vertoonde. Foto’s van opgebolde verpakkingen waren niet toereikend bewijs, mede omdat de datum op de foto’s niet overeenkwam met de invoer.
Het hof oordeelde dat de vernietiging van vlees onder toezicht van bevoegde autoriteiten onvoldoende was om terugbetaling te rechtvaardigen zonder bewijs van gebreken bij invoer. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere beslissingen niet vergelijkbaar waren. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt gegrond verklaard en de verzoeken om terugbetaling van douanerechten worden afgewezen.