ECLI:NL:GHAMS:2009:BK0348
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak medeplegen invoer cocaïne op luchthaven Schiphol
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van invoer van circa 77 kg en 20 kg cocaïne op luchthaven Schiphol. In hoger beroep stelde de raadsman dat verklaringen voorafgaand aan raadpleging van een raadsman uitgesloten moesten worden wegens schending van het Salduz-recht, aangezien de verdachte geen toegang had tot rechtsbijstand bij het eerste verhoor.
Het hof erkende het vormverzuim, maar oordeelde dat dit geen gevolgen had omdat de verdachte ook na consultatie van zijn raadsman belastende verklaringen had afgelegd en niet concreet had aangegeven op welke punten hij zich wilde beroepen. De verdachte was volgens het hof niet gedwongen verklaringen af te leggen en was niet gehouden aan een andere proceshouding.
Het hof stelde vast dat de verdachte actief heeft meegewerkt aan het vervoer van de cocaïne, waaronder het aankoppelen van een container met drugs en het onderhouden van contacten met medeverdachten. Het verweer dat hij niet wilde meewerken en slechts meeprate, werd verworpen. Ook het beroep op vrijwillige terugtred faalde omdat omstandigheden buiten zijn wil het afwijken van de route belemmerden.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 9 maanden, rekening houdend met een termijnoverschrijding van ruim drie maanden. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard en geldbedragen teruggegeven. Het hof benadrukte de ernstige maatschappelijke gevolgen van cocaïnehandel en het misbruik van de functie van de verdachte op Schiphol.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 jaar en 9 maanden gevangenisstraf voor medeplegen invoer cocaïne.