ECLI:NL:GHAMS:2009:BK1068
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing faillissementsverzoek wegens niet-nakoming alimentatieverplichtingen
X heeft bij de rechtbank een verzoek tot faillietverklaring van Y ingediend omdat Y niet meer voldoet aan zijn alimentatieverplichtingen die voortvloeien uit een voorlopige voorziening van mei 2007. Y was veroordeeld tot betaling van partner- en kinderalimentatie, maar stopte hiermee vanaf december 2007. Ondanks vonnissen in kort geding die Y tot betaling dwongen, ontstond een aanzienlijke achterstand. Daarnaast stelde X een vordering wegens verbeurde dwangsommen en een onbetaalde vordering van MBM Adviesgroep B.V. ter ondersteuning van het faillissementsverzoek.
Y betwist de achterstand en voert aan dat hij voldoet aan een vonnis van januari 2009 waarbij een lagere maandelijkse betaling is vastgesteld. Ook voert hij aan dat de dwangsommen verjaard zijn en dat de vordering van MBM nog in hoger beroep is, waardoor het bedrag niet onbetwist is. Y stelt dat X misbruik maakt van het faillissementsrecht en verzoekt om aanhouding van de procedure om een schuldsaneringsregeling te kunnen aanvragen.
Het hof oordeelt dat X een vorderingsrecht heeft op grond van de voorlopige voorziening en dat Y onbetaalde vorderingen heeft, waaronder die van MBM, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard. Dit toont aan dat Y is opgehouden met betalen. Het belang van X bij faillietverklaring is voldoende aangetoond en er is geen sprake van misbruik van het faillissementsrecht. Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen omdat Y voldoende gelegenheid heeft gehad een schuldsaneringsverzoek in te dienen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart Y in staat van faillissement. Tevens benoemt het hof een rechter-commissaris en een curator en geeft de curator de bevoegdheid om de aan Y gerichte post te openen.
Uitkomst: Het hof verklaart Y in staat van faillissement wegens het niet nakomen van alimentatiebetalingen en onbetaalde vorderingen.