ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3844
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.J. van der Kwaak
- M.A. Goslings
- A.S. Arnold
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing executie vonnis en zekerheidstelling in civiele zaak derdenbeslag
In deze civiele procedure staat een incident centraal waarin de besloten vennootschap [X] B.V. vordert dat het hof de executie van een eerder vonnis schorst of zekerheidstelling oplegt. Dit vonnis betreft een veroordeling tot betaling aan [Y] B.V., die de vordering op een derde, [B], heeft gecedeerd.
[X] baseert haar verzoek op drie gronden: een te groot restitutierisico, het ontbreken van een redelijk belang bij onmiddellijke executie door [Y], en een lopende kort geding procedure tussen [B] en [Y] waarin schorsing van het verstekvonnis is gevraagd. Het hof stelt vast dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die na het vonnis zijn ontstaan en dat de vermeende tegenvordering van [X] onvoldoende is onderbouwd.
Daarnaast oordeelt het hof dat [X] zich beroept op verweren die alleen [B] als geëxecuteerde kan aanvoeren, wat niet toereikend is. De vordering wordt daarom afgewezen en [X] wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rolzitting voor memorie van grieven.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de executie en tot zekerheidstelling wordt afgewezen en [X] wordt veroordeeld in de proceskosten.