ECLI:NL:GHAMS:2009:BK3849
Gerechtshof Amsterdam
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk tegen verbetering vonnis over overwerkvergoeding bij ziekte
In deze zaak vordert [geïntimeerde], een arbeidsongeschikte taxichauffeur, betaling van achterstallig loon en overwerkvergoeding van haar werkgever Met en Co. De kantonrechter veroordeelde Met en Co tot betaling, maar maakte een kennelijke fout in de berekening van de overwerkvergoeding: er werd gerekend met 15 uur per maand in plaats van per week, en een toeslag van 120% in plaats van 150%.
[Geïntimeerde] verzocht om verbetering van het vonnis, waarop de kantonrechter op 19 maart 2009 een verbetering uitsprak. Met en Co stelde hoger beroep in tegen deze verbetering en het oorspronkelijke vonnis. Het hof oordeelt dat tegen een verbetering van een vonnis op grond van artikel 31 lid 4 Rv Pro geen rechtsmiddel openstaat, tenzij sprake is van een kennelijke fout die zich niet eenvoudig laat herstellen.
Het hof stelt vast dat de kantonrechter binnen het toepassingsgebied van artikel 31 Rv Pro handelde en dat Met en Co geen gegronde redenen heeft aangevoerd voor doorbreking van de rechtsmiddelenuitsluiting. Het hoger beroep tegen de verbetering is daarom ongegrond. Tevens verklaart het hof Met en Co niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het oorspronkelijke vonnis, omdat de beroepstermijn was verstreken.
Met en Co wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het arrest bevestigt dat de verbetering van het vonnis terecht was en dat de berekening van de overwerkvergoeding bij ziekte volgens de CAO Taxivervoer dient plaats te vinden met maximaal 15 uur per week en een toeslag van 120%.
Uitkomst: Hof verklaart Met en Co niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen het vonnis en bekrachtigt de verbetering van het vonnis over de overwerkvergoeding.