ECLI:NL:GHAMS:2009:BK8774
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J. Leijdekker
- J.P.A. Boersma
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag en vergrijpboete wegens gebrekkige administratie en onjuiste belastingaangifte
Belanghebbende, een bemiddelingskantoorhouder, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en een vergrijpboete wegens het niet volledig verantwoorden van inkomsten over 2001. De inspecteur stelde vast dat de administratie niet voldeed aan de eisen van artikel 52 AWR Pro, met name door het ontbreken van een sluitende kasadministratie en het achteraf opmaken van jaarstukken. Hierdoor werd de bewijslast omgekeerd en werd het belastbaar inkomen door de inspecteur geschat.
Belanghebbende voerde aan dat hij loonheffing had betaald via een uitzendbureau en dat hij recht had op zelfstandigenaftrek, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Het hof oordeelde dat de administratie zodanig gebrekkig was dat de inspecteur terecht een redelijke schatting maakte van het belastbaar inkomen. De door belanghebbende gestelde lagere privé-uitgaven werden niet als voldoende bewijs erkend.
De vergrijpboete van 25% werd passend bevonden, aangezien belanghebbende bewust substantieel inkomen niet had aangegeven en daarmee (voorwaardelijk) opzet had. De stelling dat hij te goeder trouw was en op zijn administrateur vertrouwde, werd verworpen. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en boete worden bevestigd.