ECLI:NL:GHAMS:2009:BK9535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake brandverzekering en oorzaak brand door slijpwerkzaamheden
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of verzekeraar ASR gehouden is tot vergoeding van brandschade die is ontstaan in het bedrijfsgebouw van appellante op 7 oktober 2003. ASR weigert uitkering op grond van merkelijke schuld van appellant sub 3, die slijpwerkzaamheden uitvoerde nabij brandbare materialen zonder voldoende voorzorgsmaatregelen.
De rechtbank wees de vordering af wegens merkelijke schuld en causaliteit tussen slijpwerkzaamheden en brand. Het hof onderzoekt in hoger beroep of het causale verband voldoende is betwist en stelt dat ASR de bewijslast draagt. Diverse deskundigenrapporten ondersteunen de stelling dat de brand door de slijpwerkzaamheden is ontstaan.
Appellante betwist dit en voert aan dat de brand mogelijk in de technische ruimte is ontstaan. Het hof acht deze stelling te speculatief zonder technisch bewijs. Het hof laat appellante toe tot het leveren van tegenbewijs, onder meer door getuigenverhoren, en houdt verdere beslissing aan om partijen gelegenheid te geven nadere inlichtingen te verschaffen en een schikking te beproeven.
Uitkomst: Het hof staat toe dat appellante tegenbewijs levert en houdt verdere beslissing aan.