ECLI:NL:HR:2012:BU7353
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep niet-ontvankelijk wegens te late betaling griffierecht
In deze zaak heeft Redivo V.O.F. cassatieberoep ingesteld tegen arresten van het gerechtshof Amsterdam. Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na de eerste zitting zijn voldaan. Deze termijn liep af op 8 april 2011, maar Redivo betaalde het griffierecht pas op 8 augustus 2011.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 409a lid 2 Rv. het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens deze te late betaling. De door Redivo aangevoerde omstandigheden in de brief van 26 oktober 2011 zijn onvoldoende om de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv. toe te passen en het griffierecht buiten toepassing te laten.
De Hoge Raad verklaart het beroep van Redivo niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €5.939 aan verschotten en €500 aan salaris. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de vice-president op 10 februari 2012.
Uitkomst: Het beroep van Redivo wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.