ECLI:NL:GHAMS:2009:BL6150
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake middellijke winstuitdeling en aftrekbaarheid premies in belastingzaak 2004
Belanghebbende, voor 50% aandeelhouder en directeur van een BV, werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over 2004, gebaseerd op een kasverschil van circa €182.000 dat als middellijke winstuitdeling werd aangemerkt. De inspecteur stelde dat belanghebbende geen aangifte had gedaan, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de omvang van de winstuitdeling en stelde zij dat betaalde premies van €3.000 tot €3.600 in aftrek moesten worden gebracht. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor de premies en dat de kasverschillen niet overtuigend konden worden verminderd. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt op basis van een kascontrole en bankopnames.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €85.818 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €91.000. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 5 november 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €85.818 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €91.000.