ECLI:NL:GHAMS:2009:BL9330
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- A. Rutten-Roos
- J.C. Toorman
- Rechtspraak.nl
Uitleg cessie en vorderingen uit onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking tussen Hauck en B.I.T.
In deze civiele procedure tussen Hauck & Aufhäuser Privat Bankiers KGaA en B.I.T. Blocq International Trading B.V. stond de uitleg van een cessieovereenkomst centraal. Het geschil betrof de vraag of een vordering uit onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking van Hauck Luxemburg op B.I.T. door overdracht was overgegaan op Hauck.
Het hof onderzocht de inhoud van de schriftelijke overdracht van 24 november 1998 en concludeerde dat deze niet strekte tot overdracht van vorderingen uit onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking. Zowel Duitse als Nederlandse uitleg van de overeenkomst leidde tot dezelfde conclusie. Het hof verwierp ook het subsidiaire standpunt van Hauck dat zij als lasthebber van Hauck Luxemburg mocht optreden, omdat dit een nieuwe grief betrof die te laat was aangevoerd.
De rechtbank had de vordering van Hauck reeds afgewezen en het hof bekrachtigde dit vonnis. De vermeerderde vordering in hoger beroep werd eveneens afgewezen en Hauck werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Hauck tegen B.I.T. af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.